Artikel Motief - Altaarschilderij
Rubriek Hogeschool
Tekst en beeld: Irene van der Laag
Het maken van een altaarschilderij
Er wil iets worden en ik zeg “ja”!
In november 2022 krijgt Irene van der Laag de vraag om voor de Christengemeenschap een altaarschilderij te maken. Het komt volkomen onverwacht en het lijkt haar niet te doen, maar diep van binnen klinkt een ja. Dit “ja” blijft klinken door het hele proces.
Hoe ziet de Christus er uit? Kan en mag ik dat schilderen? Hoe pak ik dat aan? Na twee weken wordt de vraag opnieuw gesteld, en opnieuw klinkt het “ja”. Zo begint een onvoorziene, lange weg waarop ik mij eerst oriënteer in de kunstgeschiedenis, wat is er al gemaakt? Hoe is dit thema eerder weergegeven? Ik maak kopieën om vanuit de beweging vertrouwd te raken met het thema. Mijn eerste vraag is: Wat wil híer, nu, in deze gemeente ontstaan? Ik richt mij tot de engel van de gemeente. De priesters vertellen mij wat er op het schilderij te zien moet zijn: Een sprekend gelaat dat vanuit de achtergrond naar voren komt, een zegenende hand en een kruis dat meer abstract mag zijn.
De eerste maanden teken ik veel portretten om de weg vrij te maken voor wat wil ontstaan. Ook zoek ik naar compositie en kleuren. Hoe verbind je in één schilderij kruisiging en opstanding? Kan het ook in tweeën? Hoe is dat? Tussen kruisiging en opstanding, worden graflegging en hellevaart niet afgebeeld. Kies ik met kobaltviolet en goud voor de grote liefdedaad waarmee het lijden en sterven aanvaard worden? Of, zoals bijvoorbeeld Grünewald dat doet, voor de duisternis van Goede Vrijdag met de afbeelding van het gekwelde lichaam?
eerste verkennende schetsen
Opstandingskrachten
Ik loop mij voortdurend te pletter tegen mijn grenzen. Ik worstel en loop vast. Telkens komt er ook een heel kleine opening waardoorheen ik weer wat verder kom. Het wordt me duidelijk dat dit een lang proces gaat worden. Alles wat ik al kon en wist moet ik loslaten en het niet-weten zien uit te houden, telkens door sterven en opstanding gaan. Ik verdiep mij in het ontstaan van de Christengemeenschap, en de voordrachten over de evangeliën die Steiner gaf. Het vijfde evangelie raakt mij diep door de indringende beschrijving van de mildheid, de eenzaamheid en de grote pijn van Jezus van Nazareth over het losraken van de mensheid van de godenwereld.
Door een jaar van hard werken ontstaat een vruchtbare bodem en alle schetsen en schilderijen vormen als het ware een bladmetamorfose. Elk nieuwe blad is meer doordrongen van kosmische warmte en licht. Mijn handen raken vertrouwd met dit schilderen, en ik leef in de beelden van het Mysterie van Golgotha. Ik voel mij echter meer en meer bezwaard om de Christus af te beelden. Ik ben verre van heilig, er mankeert nogal wat aan mij. Hoe durf ik het aan om de alomvattende liefde te schilderen? Die vraag kwelt mij, mag ik dit wel doen? “Ja,” klinkt er nu vanaf de andere kant.
Een grote last valt van mij af. Ik voel mij vrijer.
De grote omhullende gebaren van de eerste schilderijen lossen op en de periferie trekt zich samen tot in de enkele lijn, tot in de kern. Het blauw, het stralende geel en levendige rood maken plaats voor stil groen, zacht purper, diepzwart, een stralend wit geestlicht wordt zichtbaar. Er komt ook warme gele oker, dat werkt als goud..Terwijl ik op een middag aan het werk ben, zie ik dat ik het zwart pak om naast het gelaat te zetten. Kan dat wel, vraag ik me af, in de etherische wereld? “Ja,” zeg ik, “doe het maar.”
Mijn handen schenken
Op een nacht heb ik een vreemd, haast tintelend gevoel in mijn handen en zie hoe ik ze optil in een schenkend gebaar. Ik schenk ze aan wat-worden-wil. Zo ga ik weer een nieuwe ruimte binnen, waar ik werkelijk aanwezig ben, handelend, diep belevend, toeschouwend. Het is een meest intieme innige ruimte waarbinnen ik “het-worden” ervaar, een heilige ruimte vol veranderlijke beweeglijkheid en míjn tastend handelen. Hier ben ik vrij en dienstbaar aan het scheppen van watworden-wil. Dat speelt zich af tussen wat er nog niet is en het werken met de fysieke materialen die dat wordende zichtbaar maken. Hier leeft het scheppen. Deze ruimte is als een bloemkelk waarbinnen zich het geheim afspeelt.
Het wordende zichtbaar maken
Na anderhalf jaar wordt het de hoogste tijd om het werk op te schalen naar 100x140cm, dat past mooi boven het altaar waarvoor het is bedoeld. Ik vind mooi aquarelpapier, Khadi, dat in India op traditionele wijze van oude katoenen t-shirts wordt gemaakt. Het is anders dan het papier waarop ik gewoonlijk werk, en vergt een heel nieuwe techniek. Ik kies aquarelverf, van Daniel Smith, gemaakt van halfedelstenen. Bij eerdere projecten maakte ik zelf mijn verf van bijvoorbeeld Romeinse of Kasselse aarde, ook vergruisde ik, samen met Jan Bokhorst het harde malachiet om er een pigmentpoeder van te maken. Dat is een heel gedoe. Déze verf wordt gemaakt van onder andere jade, zwarte toermalijn, het groen-blauwe amazoniet, het ijzerhoudende hematiet, ook wel bloedsteen genoemd, en mijn favoriete aardepigmenten gele oker en groene aarde. De verf past het
bij het thema dood en opstanding en de weg door de aarde, en geeft het werk een verrassende intens stralende kracht. Het is bijzonder lastig om dit grote papier goed op te spannen. Wanneer het zo prachtig rein en stralend wit ligt te drogen vraag ik: “Wil je hierop verschijnen?”
Een bezoeker kijkt vol aandacht naar het schilderij, tranen wellen op “Het raakt mij diep,” zegt hij, “die blik neem ik met me mee.”
Met elk van de schetsen en schilderijen die ik maak, zoek ik een stukje van de beleving: de liefdevolle blik, medeleven en mildheid, of het grote lijden, verwondering of geweten. Op een dag vraag ik: “Kijk mij aan!” het wordt een dringende vraag die terug blijft keren. Terwijl ik op een ochtend wat purper toevoeg aan de goud-gele ogen ontmoet ik zijn blik. Het roert mij diep, er ontstaat een tegenover. Er komt een gesprek.
De aarde dragen
Steeds meer lijd ik aan de ellende in de wereld: oorlog, geweld, wantrouwen, leugens, haat, de onomkeerbare vervuiling die wij niet meer kunnen oplossen. Ik werk aan het gelaat van het Christuswezen in de aarde-aura. Zou híj het tij nog kunnen keren? Hij kijkt mij liefdevol aan, ik vraag: “Ga je met ons mee?” Dan maak ik deze pastel.
Dat is de pastel op de foto met mij erbij.
In overleg met de priesters kies ik ervoor de duisternis van Goede Vrijdag af te beelden. Sterven en dood vormen nu een groot contrast met de opstanding. Het blauw komt weer terug in de periferie waardoor een innerlijke zieleruimte ontstaat waarin licht en warmte van de opstanding reflecteren. Al het eerdere werk lijkt omgevormd in dit ene schilderij terug te komen. In juni 2025, na twee en een half jaar hard werken is het schilderij klaar, het wordt geaccepteerd als het nieuwe altaarbeeld en overgedragen aan de gemeente.
Levenskunst
Kunst is bij uitstek het gebied van strib und werde, waar de mens leert vanuit zijn ik, vrij en gewetensvol, vanuit het niets, te scheppen in het nu. Geen wonder dat kunst al zolang wereldwijd onder grote druk staat. Laten we alle levensgebieden doordringen met kunst.
Het is niet gebruikelijk een foto te maken van een altaarschilderij. De afbeeldingen bij dit artikel zijn stappen in het onderzoeksproces.
Een expositie over dit werk is nu te zien in de Christengemeenschap Antwerpen. Zie ook: www.irenevanderlaag.nl. de site is nog in wording
Tijdens twee voordrachten roept Steiner kunstenaars op een nieuw Christusbeeld te maken vanuit verwondering, medeleven en geweten: Berlijn 14-5-1912(GA133) en Keulen 8-5-1912(GA143).